
Je studeert aan de Hogeschool of Universiteit van Amsterdam (HvA/UvA) en je hebt een functiebeperking. Dat betekent vaak, dat je hulp nodig hebt bij het studeren. Deze hulp kan materieel van aard zijn, maar ook financieel en zelfs immaterieel. Om te voorkomen, dat je wellicht het spoor bijster raakt door de vele wet- en regelgeving die er is omtrent studeren of werken met een functiebeperking, raden we je aan allereerst een gesprek te hebben met de studentendecaan van je opleiding. Die kan je namelijk op weg helpen met het gebruik maken van de juiste regelingen en je eventueel doorverwijzen naar de juiste personen of instanties.
Er zijn heel wat wetten en regelingen, die betrekking hebben op studeren met een beperking. Deze regelingen beogen het mensen met een functiebeperking eenvoudiger te maken een studie te volgen of aan het arbeidsproces deel te nemen. Denk aan bijdragen voor noodzakelijke hulpmiddelen bij de studie, bijdragen in de woonkosten of bijdragen in het vervoer naar de opleiding. Ook zijn er uitkeringen die je, bijvoorbeeld via het Uitvoeringsorgaan Werknemersverzekeringen (UWV) aan kunt vragen. Ook zijn er speciale voorzieningen in het kader van de studiefinanciering mogelijk via de Informatie Beheer Groep (IBG). Binnen de instellingen voor Hoger Onderwijs zijn er ook nog voorzieningen, zoals een aangepaste wijze van toetsen en ondersteuning door medestudenten. Informatie over de diverse wetten en regelingen is te vinden op de websites van verschillende instanties die hierover gaan en de instellingen voor Hoger Onderwijs. Zie de links.
De toegankelijkheid van al het (beroeps)onderwijs voor mensen met een handicap of chronische ziekte is geregeld bij de Wet gelijke behandeling op grond van handicap of chronische ziekte. Deze wet verbiedt ongelijke behandeling op grond van een handicap of chronische ziekte.
Het recht op gelijke behandeling geldt voor alle onderdelen van het (beroeps)onderwijs: de toegang tot het onderwijs, de colleges, de stages, de voorlichting over de beroepskeuze en de examens. Als een student met een handicap of chronische ziekte een aanpassing nodig heeft, is de onderwijsinstelling verplicht die te bieden. De instelling hoeft echter pas iets aan te passen als een student het aangeeft een aanpassing nodig te hebben. Er zijn twee voorwaarden: de aanpassing moet geschikt én noodzakelijk zijn. Met 'geschikt' wordt bedoeld, dat de aanpassing inderdaad een belemmering wegneemt en de zelfstandigheid van de desbetreffende student vergroot. 'Noodzakelijk' wil zeggen dat hetzelfde doel niet op een andere manier kan worden bereikt. De aanpassing mag voor de school echter geen onevenredige belasting zijn.
Download de Nota: Begeleiding van studenten met een functiebeperking